Dagje ’s Hertogenbosch

Ook nu ben ik al voor 9:00 op het station van Buitenpost en kan het dus rustig doen. Vandaag houd ik me aan mijn plan en wacht keurig op de trein naar Leeuwarden, kijk niet op of om wanneer de sneltrein richting Groningen voorbij raast en onderneem ook geen actie als de trein vanuit Leeuwarden stopt. Rustig aan wandel ik naar het perron waar ik moet zijn.

Hier is net een glazenwasser begonnen aan zijn werkzaamheden om de vele glazen schoon te maken. Van een mevrouw met een groen hesje aan waarop de tekst staat ‘wat vindt u van dit station?’ krijg ik een vragenlijst met de vraag of ik die in wil vullen. Natuurlijk wil ik dat, ik heb immers alle tijd. Het gaat om vragen of ik het station wel schoon, veilig, goed bereikbaar en overzichtelijk vind. Geen moeilijke vragen waarbij de meeste van mij een dikke tien krijgen.

Ondertussen kijk ik naar het werk dat de glazenwasser doet en vind het toch knap dat hij dit vrijwel streeploos doet. “Goed gereedschap is het halve werk, meneer!”, is het korte en duidelijke antwoord dat hij me geeft als ik hem vraag waarom hem dat zo goed lukt, terwijl ik meestal wel strepen houd en ook goed mijn best doe. Hij laat me zijn trekker van het Duitse merk Unger zien, dat ook wel op internet is te bestellen. Ik krijg nog wel de tip mee dat een scheurtje in het rubber wel weer kan zorgen voor strepen. “Dus af en toe even naar het rubber kijken.”

In de trein is het niet druk. De glazenwasser mag ook weleens aan de slag met deze trein van Arriva, zo bedenk ik me als ik het zicht over onder meer De Westereen en Feanwâlden niet bepaald helder vind. In Leeuwarden stap ik in de trein Den Haag centraal, waarin het al behoorlijk druk is. “Even doorlopen naar voren, daar is meer ruimte”, adviseert de jonge conductrice de reizigers die zich verdringen rond de ingang van de trein vriendelijk toe.

De ramen in deze coupé waar ik Leeuwarden langzaam aan kleiner door zie worden, zijn behoorlijk helderder. Tegenover me zit een mevrouw van middelbare leeftijd, naast me zit nog niemand. In Steenwijk verandert dit. Er komt een dame naast me zitten die in mijn beleving net iets meer ruimte nodig heeft dan één zitplaats, maar het past allemaal nog net. Ik geef me neer met mijn e-reader, maar het jengelende kind even verderop geeft daarbij geen fijne rust. “Ssssttt! Stiltecoupé!”, roept de vrouw naast me dan bits over haar schouder. “Er was verderop geen plek meer”, verontschuldigt de moeder zich. “Ja, jammer dan…”, besluit ze en richt zich weer op het spelletje dat ze speelt op haar tabloid. “Nou, goeiedag zeg…”, reageert iemand hierop tegen niemand in het bijzonder.

Er is nog een mevrouw tegenover me komen zitten die in gesprek is geraakt met degene die al tegenover me zat. Blijkbaar kennen ze elkaar, maar hebben elkaar al een poos niet gesproken. Het valt me op dat het niet bepaald een interactief gesprek is. De vrouw die het laatst is binnengekomen, zit in alle rust te haken of te breien en stelt allerlei diepgaande vragen, terwijl de vrouw die naast haar zit zenuwachtig met haar handen zit te spelen, haar voet erg beweegt en slechts de vragen beantwoordt die gesteld worden.

In Utrecht stap ik over op de trein Vlissingen die ook over ’s Hertogenbosch gaat. Deze zit echt bomvol en ik ben dan ook blij dat ik meteen een zitplaats vind. De conducteur wijst ook op de volle trein en vraagt rekening met elkaar te houden en ruimte te geven bij het in- en uitstappen.

Een jongeman komt al een kwartier voor Den Bosch naar de uitgang – waar ik vlakbij zit – en spreekt het meisje aan dat tegenover me staat. Uit zijn spraak concludeer ik dat hij verstandelijk gehandicapt is en zich zorgen maakt of hij in deze drukte met ook nog eens drie minuten vertraging wel op tijd naar buiten komt.

Het meisje stelt hem gerust en gaat een gesprek met de jongen aan. “Waar ga je naartoe?”, vraagt ze hem onder meer. Ze blijken allebei bijna vanaf hetzelfde spoor te vertrekken en ondanks de drie minuten vertraging die de trein momenteel heeft, blijft ze hem gerust stellen. “Het komt allemaal goed.” De jongeman gaat een nachtje slapen bij een vriend van hem en ze stelt hierover geïnteresseerd vragen.
“Hoe is je naam?”, vraagt hij dan.
– “Lisa”, antwoordt ze.
“Mooie naam.”
– “Dank je.”
Even later complimenteert hij haar nog met haar mooie nagels en ook stelt hij allerlei vragen over het hondje dat hij op de foto’s op haar telefoon voorbij ziet komen. Ik vind het een interessant gesprekje en ben bijna geneigd om Lisa een schouderklopje te geven hoe liefdevol ze deze jongen door het gesprekje tot rust heeft weten te brengen. Al snel na de stop van de trein verdwijnt de menigte van uitstappers in die van instappers, rijdt de trein weer en de reizigers verdwijnen van het perron.

Den Bosch

Nadat ik in Den Bosch mijn route ongeveer heb bepaald, neem ik op een bankje in een park eerst een moment rust met een van thuis meegebracht bakje koffie. Dan wandel ik verder in de richting van de Markt en de Sint Janskathedraal. Op mijn pad zie ik een leuk restaurantje met de naam Kees Kroket dat me er aan doet denken dat ik het beste in de meest rustige periode mijn eten kan regelen en hier niet mee te wachten – zoals vorige week in Utrecht – tot iedereen tegelijk en op dezelfde plek wil eten. Ik bestel een patatje speciaal en… een kroketje met mosterd. In alle rust ga ik even zitten en geniet van mijn eten en neem de tijd om even weer wat belevenissen bij te werken.

Mijn eerstvolgende bestemming is nu de Sint Janskathedraal, het gebouw dat bijna een kwart eeuw geleden al een enorme indruk op me maakte toen ik een dagje in de stad moest wachten tijdens mijn werk als chauffeur. Ook nu word ik gegrepen door de prachtige immense kathedraal, de stilte en de eerbied koesterende sfeer die er heerst. Na een poosje komt er een vrouw rustig op me aflopen. “Vindt u het erg om uw hoed af te zetten?”, vraagt ze zachtjes. Uiteraard voldoe ik meteen aan haar wens.

Nadat ik een uurtje heb genoten van de schoonheid van deze kathedraal waar hemel en aarde elkaar raken, ga ik weer naar buiten, wandel nog een keer rond het gebouw en wandel dan naar de Markt, op zoek naar de Bosschebollenbelevenis, waarin me met een flinke dosis humor en een vleugje flauwekul alles wordt verteld over de Bossche Bol. De belevenis op zich stelt weinig voor en ik geniet eigenlijk het meest van de giechelende meisjes die samen met hun vader met mij in hetzelfde tijdsblok de belevenis meemaken. Aan het einde hiervan is er in een restaurantje koffie met… een Bossche Bol.

De 125 gram wegende – zo is ons zojuist geleerd tijdens de rondgang – en maar liefst zeven centimeter hoge chocoladebol gevulde met slagroom die we krijgen opgediend met mes en vork, smaakt heerlijk en vormen voor mij dan ook een fijne belevenis. De pret van deze lekkernij laat ik niet bederven doordat de koffie ietwat lauw is.

Wandeling Vught-Den Bosch

Met een Bossche bol achter de knopen durf ik de wandeltocht van ruim tien kilometer van Vught terug naar Den Bosch die ik nu op de planning heb staan wel aan en ik wandel richting centraal station waar om 15:28 de sprinter Deurne vertrekt die als eerste bij station Vught stopt. “Mag ik uw kaartje zien meneer”, vraagt de conducteur voordat ik instap en hij wijst dan op het foldertje dat ik nog in mijn hand heb.
“Heeft u een Bossche bol gehad? Ennuuh… met mes en vork gegeten?”
Zijn vrouwelijke collega die tegenover hem staat, vindt dat dit eigenlijk niet met bestek hoort te gebeuren. “Als je na het eten van een Bossche bol geen slagroom op je neus hebt, heb je dan wel een Bossche bol gehad?”, zo vraagt ze zich gekscherend af en ze lachen nog wat na over dit onderwerp terwijl ik in de trein een plekje zoek.

Vlak voor station Vught gaat de trein langzamer rijden en stopt zelfs. “Beste reiziger”, zo meldt de conducteur vervolgens in plat Brabants. “Zoals u kunt zien staat er links van ons een goederentrein stil en dat is ook de reden waarom wij stilstaan. Zodra deze weer gaat rijden, doen wij dat ook, dit kan echter enkele minuten duren. Excuses voor het ongemak.”

Tijdens het wachten komen er dan ineens enthousiaste geluiden van giechelende kinderen uit de telefoon van de oudere man naast mij. Hij heeft een petje op, voor hem staat een wandeltas met een vlaggetje er aan. Wellicht is het een deelnemer van de Nijmeegse vierdaagse. “Je hebt een gesprek gestart in de familie-app”, spreekt een vrouwenstem – wellicht een dochter – tussen meerdere stemmen die nu door elkaar klinken. Ook deze grootvader heeft waarschijnlijk niet precies in de gaten wat hij aan het doen is.

Wanneer ik uitstap, heeft de trein uiteindelijk vijftien minuten vertraging opgelopen. Er is echter niets dat mij dringt, maar ik kijk wel even bedenkelijk als de volgende intercity, al vrij vlot nadat ik ben uitgestapt en even op het perron ben gaan zitten, voorbij raast. Hier neem ik nog een bakje koffie van thuis welke nog steeds warmer is dan het bakje bij de Bossche bol.

De wandelroute heb ik vrij vlot gevonden. Bij een spoorwegovergang sta ik juist midden op het spoor wanneer de bellen gaan rinkelen ten teken dat er een trein aan komt en ik doe automatisch even een stapje sneller. Wandelend over de Vughtse heide is het volop genieten en ik neem hier dan ook de tijd. Indrukwekkend is om het kamp Vught te zien, een concentratiekamp zoals ik dat tot nu toe alleen ken uit boeken of films maar nu in het echt…

Weer verder wandelend langs het Drongelens kanaal kom ik twee dames tegen met hondjes die dartelend op me af komen, maar zodra ze dicht bij me zijn toch even gaan twijfelen. “U bent ook best eng hoor”, zegt een van hen.
– “Ik eng?!”, reageer ik overdreven onschuldig kijkend.
“Nee, ik bedoel voor de honden”, verontschuldigt ze zich. “Niet voor ons.”
Ik wens hen nog een fijne dag en zij wensen me een fijne voorzetting van mijn wandeling.
Langs Fort Isabella voert de wandeling langzaam aan Den Bosch weer in, afwisselend kronkelend langs drukke verkeerswegen en rustige graspaden stuit ik dan op een handbediend pontje over de Dommel. Een man van stevig formaat die net voor me is, heeft al uitgevonden hoe het werkt.

“Do you wanna crank?”, vraagt hij en uiteraard ga ik deze uitdaging aan. Dit is toch een behoorlijk pittige klus en hij mompelt ergens in het midden ook iets van ruilen, maar ik draai door terwijl we centimeter voor centimeter vooruit komen in de volle zon. Zodra we de overkant bereikt hebben, geeft hij me applaus, wenst me nog ‘a nice day’ en scheiden onze wegen. Ik ga even zitten om een beetje bij te komen en neem ondertussen een broodje.

Dan wandel ik weer verder langs een grindpad dat tussen heerlijk rustig wiegend riet door loopt en terwijl ik links van mij in de verte Den Bosch langzaam dichterbij zie komen, worden ook de geluiden van de stad duidelijker, maar zijn het nog steeds de krekels die er boven uit komen.

In de stad lijkt de hele bevolkingscultuur anders. Terrasjes zitten nog steeds boordevol, maar het winkelend publiek heeft plaatsgemaakt voor een andere groepering, die lege blikjes uit vuilnisbakken haalt, shagjes roken op stoepranden en met luidsprekers op banken zitten in het park.

Den Bosch-Groningen

Op perron 3 waar ik behoorlijk op tijd aanwezig ben, lijkt het nog vrij rustig, maar naar mate de vertrektijd nadert, komt hier rap verandering in en is het weer dringen geblazen tijdens het instappen. Wederom vind ik een zitplaats.

“Beste reizigers, een zeer goede avond”, zo spreekt een zeer goed gestemde conducteur in de 19:09 vertrokken trein richting Rotterdam Centraal. “We zijn op tijd vertrokken en met een beetje geluk stopt deze trein in Utrecht…” Verder hoef ik het even niet te horen, maar hij somt de stations op tot aan Rotterdam. “Het zonnetje schijnt, kijk af en toe ook eens van uw telefoon op om te zien wie er naast u zit, ik zou zeggen: een hele goede reis gewenst!”

Nabij Geldermalsen horen we hem even weer en nu met de mededeling dat de trein even iets langzamer gaat rijden omdat er een stoptrein en een goederentrein dichtbij elkaar rijden en hij vraagt vriendelijk om een beetje geduld. Even later rijden we alweer 140 kilometer per uur en horen we wederom de opgewekte conducteur.

“Dames en heren, u krijgt nu een liedje te horen van iemand die geen kaartje heeft en voor straf een liedje moet zingen.” Een man gaat zingen van ‘Welkom, welkom, van de drie biggetjes’ van K3 tot ’ie de tekst niet meer weet en door neuriet dat het hem spijt dat hij is vergeten in te checken bij Breda. Het maakt de mensen in de coupé even zichtbaar vrolijk gestemd en de man krijgt dan ook applaus. “Zijn er hier ook nog mensen die een liedje willen zingen?”, vraagt de conducteur als hij even later onze coupé binnen komt. Dat is niet nodig.

In Utrecht moet ik even wachten op de trein richting Groningen en ook nu wordt het al snel voller op het perron waar ik bij spoor 12 aanvankelijk een van de eersten was. In de trein die vertrekt om 19:51 is het echt superdruk en ik kies dan ook de eerst vrije plek die ik tegenkom en vraag de jongedame die er naast deze plek zit of ze haar tas weg wil nemen zodat ik kan zitten. Hoewel ze zelf haar eigen zitplaats meer dan nodig heeft – haar bovenbenen zijn minstens twee keer zo dik dan die van mij – heb ik voldoende ruimte.

Ik ben moe en nadat ik eerst een poosje de e-reader op schoot heb, merk ik dat mijn ogen ook wel even wil sluiten en dit laat ik dan ook gebeuren. Stiekem ben ik toch wel een beetje bang dat ik daadwerkelijk in slaap zal vallen en per ongeluk tegen de kussenvormige bovenarmen van mijn buurvrouw beland. Ze stapt in Zwolle uit zodat ik van hieruit weer alle ruimte heb.

Voor het verdere uitstippelen van mijn reis neem ik mijn telefoon en zie dat mijn accu nog slechts voor acht procent is geladen. Tot laden met mijn meegebrachte powerbank kom ik niet als ik ontdek dat ik het kabeltje niet bij me heb. Ik foeter even kort op mezelf, maar maak me er verder ook niet zo druk om: ik zit in de trein naar Groningen en van hieruit is het meestal ook niet het moeilijkst, dus dat komt wel goed.

Contact met het thuisfront probeer ik middels Wifi-in-de-trein te maken op mijn tabloid, die nog wel voldoende power heeft.
“Waar ben je nu?”, heeft heit al een poosje geleden gevraagd. Ik bericht terug dat ik Zwolle net voorbij ben en om 22:25 in Buitenpost arriveer.
“Moet ik je ophalen?”, vraagt hij, maar dit vind ik toch wel een gedoe en houd me bij mijn plan om het allemaal op eigen kracht te doen.

Hilarisch einde

In Groningen moet ik op spoort 4 zijn voor de stoptrein Leeuwarden die ook Buitenpost aandoet, maar blijkbaar kijk ik hier met een half oog en stap in de trein op spoor 3 waar Zuidhorn op staat en de vertrektijd van 21:54 me net iets gunstiger lijkt dan die van 22:09 een spoor verderop. Even vraag ik mij toch af of ik wel goed zit, maar bedenk met dat Buitenpost de vorige keren ook op deze route zat en dat het dus vast goed komt. Dat dit niet zo is, daar kom ik om achter bij aankomst in Zuidhorn en de conducteur omroept dat dit het eindstation van deze trein is.

Verdraaid nog aan toe, wat heb ik mezelf nu toch weer op de hals gehaald? Daar sta ik in het pikkedonker in Zuidhorn. Ik bekijk de mogelijkheden waaronder zo direct een bus naar Surhuisterveen, maar dan blijft mijn fiets in Buitenpost staan. Een andere optie is wachten op de trein naar Leeuwarden die om 22:32 hier is en ik besluit dan ook hier maar om hier op te wachten.

Maar dan ontdek ik dat heit toch in Buitenpost staat te wachten en met de 3% voeding die ik heb, bel ik hem op en maak met een zo kort en duidelijk mogelijke boodschap duidelijk dat ik iets fout heb gedaan en in Zuidhorn sta. “Ik kom er aan”, hoor ik van hem.

Dan beginnen mijn gedachten ineens volop te werken. Nu moet die oude dappere strijder in het pikdonker naar een onbekende plek rijden en daar het station vinden. Ik had veel beter kunnen kiezen voor een trein later en dit duidelijk te vertellen, dan was ik slecht twintig minuten later geweest. Het regelen met een lege accu is me echter iets te spannend.

Het besef van tijd ben ik volledig kwijt als de trein van 22:32 stopt en ik me begin af te vragen waar heit ergens verkeerd, omdat ik het toch behoorlijk lang vind duren. Met mijn inmiddels tot 1% gedaalde energieniveau is zie ik met locatievoorziening dat hij ergens in een woonwijk in Zuidhorn staat, dus gelukkig wel ergens in de buurt is.
“Ben zo bij je”, bericht hij om 22:41.

“Stom, stom, stom”, zeg ik beschamend als hij even later het stationsplein oprijdt en ik bij hem instap. Heit had het station niet kunnen vinden, er was niemand op straat om het te vragen en dus had ’ie maar ergens aangebeld. Daar was het hem keurig uitgelegd. “Laat het maar los”, zo probeert heit me rustig te krijgen als ik me meer en meer opwind over de door mij veroorzaakte situatie. Om 23:00 zijn we in Buitenpost om mijn fiets op te halen en een kwartier later zitten we op De Ekster aan een biertje en probeer ik uit te vinden hoe ik nu zo stom heb kunnen zijn om op een verkeerde trein te stappen die stopt in Zuidhorn.

Mijn tevreden gevoel over de dag is even ver te zoeken, maar komt vast later wel terug. Terwijl ik zit te genieten van mijn biertje kan ik vooreerst maar één ding zeggen: heit bedankt!