Het koor van de schepping

“Ik vind het hier maar weinig interessant”, zo merkt een van mijn medereizigers voorzichtig op. We wandelen onderweg naar de top van de Rocky Mountain al een hele poos langs dezelfde muur van keien in een uiterst ruig gebied en de stukken heide of gras – of wat het ook maar is – tussen de bergstenen zijn inderdaad weinig kleurrijk. In de verte zien we de rookwolken boven de Slieve Donard die al een aantal dagen in brand staat, de rooklucht is af en toe te ruiken.

Nee, echt stralend is de natuur hier inderdaad niet, maar ik geniet er wel van en probeer hem dan ook duidelijk te maken dat je soms weleens iets minder moois moet zien of meemaken om vervolgens het mooie dusdanig meer te kunnen waarderen. Bovendien wijs ik hem op de les die we deze ochtend tijdens onze meditatie hebben geleerd.

We hebben gehoord dat God naast de Bijbel in schrift nog een bijbel heeft geschreven: de Bijbel van de natuur. Deze lezen we door er in te wandelen en ervan te genieten en we zijn vandaag dan ook op pad gestuurd om naar het koor van de schepping te luisteren. Als we maar goed opletten, kunnen we de Schepper er in horen en zien.

“Soms moet je iets minder moois meemaken om het leven later des te meer weten te waarderen”, zo deel ik mijn levenservaring met hem. Hoe moeilijk iets ook is, ik weet dat ik er nooit alleen voor sta en het wordt altijd weer beter, zo heb ik geleerd. “Kijk eens voor je uit naar de top van de berg waar we naartoe gaan. En kijk ook eens achteruit, hoe een afstand we al hebben afgelegd.”

Blijkbaar heb ik hem aan het denken gezet, hij is een poosje stil. Zelf leef ik in de hoop en het vertrouwen dat iets altijd weer mooier wordt en dat ik over bergen en door dalen de top altijd een keer zal bereiken. Een paar uur later staan we samen op de top van de Rocky Mountain in Noord-Ierland te glunderen voor de groepsfoto.

“En… vind je het nog steeds saai?”, refereer ik naar ons gesprekje van een aantal uren geleden. Hij zegt niets, de glimlach die we elkaar geven maakt echter genoeg duidelijk. Nog steeds is er weinig kleur in de omgeving te bekennen, maar we voelen nu de euforie dat we de top hebben bereikt! Op de terugweg komt een liedje bij me op: ‘Op bergen en in dalen, ja overal is God.’