Dagje Utrecht

De geplande treinreis voor vandaag met de bestemming ’s Hertogenbosch gaat niet door. Gisteravond kwamen vanuit mijn linker dikke teen de symptomen die ik maar al te goed ken van jicht. Nou, als er iets is dat ik niet kan gebruiken bij een wandeling, is dat wel jicht en de hevige pijnscheut die ik daarbij voel bij iedere stap die ik zet. Meteen neem ik een diclofenac pilletje, in de hoop dat de ontsteking niet gaat uitbreiden of mij veel pijn gaat bezorgen.

Na een redelijk goede nacht bemerk ik dat de pijn wel ietwat meevalt en besluit toch te gaan reizen want hier heb ik ook wel weer zin in. Toch gooi ik het plan ietwat om. De wandeling die ik bij Den Bosch zou doen, schuif ik door naar een andere keer, ik ga vandaag naar Utrecht en huur hier een fiets.

Het is licht bewolkt, af en toe zie ik de zon. De temperatuur is heerlijk, eigenlijk is het perfect reisweer vandaag. In alle rust fiets ik weer door de dorpen Surhuizum en Augustinusga in plaats van parallel aan de drukke verkeersweg en krijg dan ineens bij Surhuizum het idee om even langs De Ienen te fietsen en denk even terug aan Iko en Betty en de fijne tijd die we samen hebben gehad. Och heden ja, zo denk ik bij het zien van de carport, daar stond altijd hun grote bus, het terras met het bankje uit de kerk… Wat heb ik hier toch veel bakjes koffie gedronken, altijd gevolgd door een stevig biertje en uiteraard werd de frituur veelal even opgestookt. Zag ik deze week in mijn agenda ook niet hun trouwdatum voorbij komen? Ik zie mijn ommetje langs hun huis even als een herdenking en bij het voorbij fietsen groet ik even stilletjes.

Op het station stal ik mijn fiets wederom bij paal 8 en ga op het bankje bij stationsrestauratie De Oriënt zitten wachten op wat komen gaat. Juist als ik opsta om me naar het spoor te bewegen, raast de sneltrein richting Leeuwarden voorbij, even later komt van de andere kant Groningen Europapark om 9:03 binnen.

Hoewel mijn planning 9:15 de stoptrein richting Leeuwarden is, stap ik hier toch in met de achterliggende gedachte dat een kwartiertje wachten in Groningen vast meer vertier en vermaak oplevert dan in Buitenpost.

Maar… wat doe ik nou?! Omdat ik nu toch ietwat meer gehaast handel, check ik per ongeluk in met mijn bankpas in plaats van OV-chipkaart, wat betekent dat ik weer vol tarief ga reizen. Wat heb ik toch met dat vol tarief?! Ik bied de pas opnieuw aan, maar krijg de boodschap dat ik al ben ingecheckt. Als ik het iets rustiger aan nogmaals doe, lijkt het alsof ik weer ben afgemeld, bied mijn OV-pas aan en stap in.

In Groningen focus ik me – net als ik in Leeuwarden had moeten doen – op de intercity Den Haag centraal, maar deze vertrekt pas om 10:18. De trein komt dan wel juist binnen, maar er stapt niemand in. Pfftt, dat heb ik weer. Mijn veronderstelling is om 9:48 te vertrekken, wat doe ik hier niet goed? Een onderzoekje op 9292 vertelt me dat ik van hieruit de trein Schiphol AirPort moet hebben en dan een overstap moet maken. Deze trein vertrekt… NU! Net voor de deuren sluiten, lukt het me om in te stappen.

De coupé zit bomvol en ik zoek naar een zitplaats. Twee donker getinte meiden zitten vrolijk kletsend tegenover elkaar en blokkeren de twee vrije zitplaatsen naast hen met hun koffers. Vriendelijk wijzend naar een van de zitplaatsen vraag ik of mag plaatsnemen. Zwijgend verschuift een van hen de koffer zodat ik kan gaan zitten.

In Zwolle stap ik dan over op de intercity Den Haag centraal die langs Utrecht gaat en vind in deze dubbeldekker bovenin een plekje voor me alleen. Voordat de trein gaat rijden, schenk ik een bakje koffie in en geniet even van de veel rustiger sfeer die er heerst in deze coupé. Vlak voor vertrek luister ik nog even naar de overstapmogelijkheden en hoor hierbij iets over Utrecht centraal. Zit ik dan toch niet goed? Ik stap uit, zie dat ik wel goed zit en stap een coupé verderop weer in dezelfde trein.

Ik neem plaats tegenover een oudere mevrouw, die meteen met de koffer naast haar begint te schuiven. “Zo, nu hebben we iets meer ruimte”, zegt ze vriendelijk wanneer ze de koffer in het gangpad plaatst. “Ja, we mogen tegenwoordig niets meer naast ons plaatsen toch?”, reageer ik daarop, denkend aan de berichten die ik deze week heb geleden die NS heeft gepubliceerd en leg gekscherend demonstratief mijn hoed op de vrije zitplaats naast me. De oudere mevrouw naast ons wijst ondeugend lachend even op haar tasje dat op de zitplaats naast haar ligt. “We komen er wel uit met z’n allen”, knikt de mevrouw tegenover me, waarna we allemaal ons eigen dingen gaan zitten doen. Ik neem mijn e-reader uit de tas.

Om 11:39 stap ik bij spoor 8 uit op Utrecht Centraal. Hier is het een drukte van belang. Op de piano in de vertrekhal speelt een jongeman met een vinger het ‘Vader Jacob’ zoals we dat allemaal wel kunnen, maar creëert daarmee in al deze drukte op de een of andere manier toch iets van herkenning en daarmee rust.

Bij de NS-servicebalie vraag ik voor de zekerheid toch maar even of ze kunnen checken of ik met mijn bankpas nog ergens sta ingecheckt zodat ik actie moet ondernemen om dit te stoppen, maar ik blijk het in Buitenpost in alle haast toch goed te hebben gedaan. Ook vraag ik naar de OV-fietsen en ze helpt me de weg te vinden die ik zonder deze hulp waarschijnlijk veel later had gevonden.

Hier zo onder het centraal station van Utrecht ligt werkelijk een fietspaden netwerk wat voor mij al snel een doolhof lijkt en hier staan werkelijk ontzettend veel meer fietsen gestald dan bijvoorbeeld in Buitenpost, als je hier je fiets kwijt bent heb je echt een probleem. Zodra ik een fiets gehuurd heb en weer in de buitenlucht verkeer, vind ik op de rand van een grote ronde bloembak een plekje om een broodje te eten neem nog een bakje koffie. Het is nu tien over twaalf.

Aan de overkant maakt een jonge meid in retro-kleding snel een selfiefilmpje met een rondje station daarbij, tikt er een paar woordjes bij, verstuurt wellicht een berichtje en neemt daarna plaats op de rand van de bloembak tegenover me. Ze rookt een vape, haalt iets te eten uit haar tas en eet dit op terwijl ze haar telefoon nauwlettend in de gaten houdt.

Dan stap ik op mijn OV-fiets en ga op zoek naar de Domkerk en dit valt met de app Kaarten op mijn telefoon nog niet eens mee, want mijn locatie draait telkens wanneer ik mijn toestel anders vasthoud, dus ik weet nooit in welke richting ik moet fietsen. Tussen de gebouwen door zie ik dan de Domtoren en heb dan mijn fietsrichting al snel vastgesteld. Het laatste stukje tot aan de toren en de kerk moet ik wandelen, want hier is fietsen niet toegestaan.

“If you could change anything in the world, what should you change?”, wordt me dan zomaar gevraagd door een jonge meid die me aanspreekt. Ik schud even mijn hoofd bij een vraag waarop ik niet meteen een antwoord heb en vraag even vanuit welke context me deze vraag wordt gesteld en geef tevens aan dat ik Nederlands spreek.

Nu schudt zíj even haar hoofd en doet haar uiterste best om mij met de Nederlandse woorden die ze kent duidelijk te maken waar ze voor staat. Met horten en stoten lukt het haar dat en met mijn kleine beetje Engels er bij, komen we een heel eind. Op mijn vraag waar ze vandaan komt vertelt ze dat ze uit de Verenigde Staten komt en nu bij haar moeder woont, maar ook waarom ze op straat aandacht vraagt voor de Stichting Vluchtlingen en daar ook een donatie voor vraagt.

Ik probeer alles te begrijpen maar ga niet in op een maandelijkse bijdrage en maak daarbij duidelijk dat we de stichting kennen en regelmatig al een donatie doen. “God bless you”, zeg ik tegen haar wanneer ik afscheid neem en haar een goede actie wens. “Oh thank you”, knikt ze me dankbaar toe en slaat daarbij een hand op de borst. “Have a nice day”, en daar in haar gebrekkige Nederlands met een glimlach achteraan: “Een goede dag.”

Het carillon in van de Domtoren klinkt en het geluid daarvan weerklinkt op de hoge muren van de naastgelegen Domkerk. Ik zoek een plek om mijn fiets te parkeren en lees nauwkeurig de instructie hoe ik deze door het scannen van mijn OV-pas, het plaatsen van het kettingslot, het het indrukken van een knopje en het sluiten van de hendel op slot kan krijgen terwijl er ook nog een lampje groen of blauw moet worden, maar sta toch tevreden te kijken wanneer deze hele operatie al na de tweede poging slaagt. Toch voelt het vreemd als ik de fiets verlaat zonder als controle een sleutel in mijn broekzak te steken. Ik ben benieuwd of het straks ook weer zo gemakkelijk los gaat.

In de Domkerk ben ik precies op tijd voor het middaggebed. Een klein groepje oudere mensen staan daarbij eerbiedig in een kring te zingen terwijl het orgel zachtjes speelt. Ik neem plaats en geniet van deze muziek. Zodra het orgel zwijgt, hoor ik zachtjes dat het groepje mensen gaan bidden. Ik lees even het berichtje dat Nynke stuurt over een goede uitslag van het borstonderzoek skoanmem en meld dat ik gelijk op het juiste plek en tijdstip ben om hiervoor te danken en breng het ook daadwerkelijk in gebed.

Tussen de gebeden van de groep door speelt het orgel zacht met samenzang en ik luister hier ontspannen naar terwijl ik de stilte en de sfeer van de kerk ervaar. De gedempte stemmen en overige geluiden die klinken en weerkaatsen in de gotische kathedraal maken het tot iets bijzonders. Het immense gebouw geeft me een eerbiedig gevoel, het maakt me rustig. Mensen wandelen rustig rondkijkend door de ruimte, nemen plaats op de bank, sluiten hun ogen een moment of vouwen hun handen.

“Ik vind de rust in kerken altijd heel fijn”, zegt aan van de drie jonge meiden die mij voorbij lopen en daarmee bevestigen ze mijn vraag wat ik altijd zo bijzonder aan deze kerkbezoeken vind. Even verderop zie een jonge vrouw zitten die in een kladblok een schets maakt van het kerkorgel en bedenk me – op basis van het boek dat ik momenteel lees – wat voor kunstwerk hier wel niet uit kan ontstaan.

Stilletjes beweeg ik me door het gebouw, bekijk een fototentoonstelling van amateur fotograven en houd even stil bij het bordje met de uitnodiging ‘what’s on your heart’, waarbij de behoefte aan een gesprek, gebed of zegen beantwoord kan worden. Zelf heb ik niets op mijn hart, maar ik vind dit soort gelegenheden altijd heel bijzonder en geef de mevrouw die aanwezig is om hulp te bieden even een vriendelijk knikje.

Om half twee sta ik weer buiten de de Domkerk en hoor opnieuw het carillon klinken. Mijn fiets staat er nog en na het uitvoeren van de juiste handelingen lukt het me om deze weer te openen. “Van welk koekje wil je het eerst een stukje?” Twee jonge vrouwen – waarvan er een achter een kinderwagen loopt en de ander de papieren zak van de bakker opent – zijn blijkbaar gezellig een dagje aan het shoppen.

In de kerk is mijn idee om Jankees – die we kennen van onze reis naar Noorwegen – te bezoeken bevestigd. Hij is van de trap gevallen en door een dwarslaesie in een verpleeghuis in Utrecht beland. In de groeps-app vind ik de adresgegevens van De Hoogstraat revalidatie en na een half uurtje fietsen heb ik dit gevonden.

Helemaal onwennig meld ik bij de balie dat ik zomaar op de bonnefooi op bezoek kom, geen weet heb van bezoektijden en al helemaal niet waar ik moet zijn. Heel vriendelijk wordt me uitgelegd waar ik moet zijn, maar hoe dichter ik bij kom, des te meer ik mijn hartslag voel bonken. Wat bezielt mij om zomaar onaangekondigd op bezoek te gaan? Ik klop op de deur van kamer 517, waar toch echt de naam op staat die ik bedoel.

“Binnen!”, klinkt de stem van een opgewekte jongedame, maar de deur zit op slot. “Niet binnen…”, grapt ze, waarna ze de deur opent en meldt dat ze nog even bezig zijn om meneer Jankees uit bed te halen. “We zijn zo klaar.” Een kleine vijf minuten later wordt de deur geopend en mag ik binnenkomen.

“Hallo”, groet ik onwennig. Jankees kijkt me aan en ik vraag me stilletjes wederom af wat ik hier eigenlijk doe, wat hij nu denkt en of hij me wel herkent. “Ken je me nog?” Hij herkent me wel, maar kan mijn naam even niet bedenken. Nadat ik heb uitgelegd wat ik hier zo onaangekondigd doe, vertelt hij me over zijn huidige situatie na zijn val van de trap, alweer een poosje geleden.

Hij heeft deze week te horen gekregen dat verder herstel niet meer mogelijk is, wat betekent dat – behalve zijn hoofd en rechterarm – zijn lichaam verlamd is en hij dus de rest van zijn leven volledig afhankelijk is van hulp.

Een uiterst heftige boodschap die – zo vat ik voor mezelf samen – zo’n beetje betekent dat je gevangen zit in je eigen lichaam en daarbij krijg ik het beeld voor ogen zoals ik dat heb gelezen in het boek Eenzaam Hart van Jeannette van der Veen waarin het gaat over het locked-in syndroom. De dames van de verzorging scheren Jankees nog even netjes waarna hij naar een therapie moet. Na dit korte bezoekje neem ik afscheid van hem en op zoek naar de uitgang probeer ik te bevatten wat dit eigenlijk allemaal inhoudt.

Aangekomen bij de fiets ga ik onnadenkend aan de slag met het trucje dat me de vorige keer prima is gelukt, maar vraag me nu na drie pogingen af wat ik verkeerd doe en of het straks zo is dat ik midden in de stad sta met een fiets die niet van het slot wil. Mezelf achter het oor krabbend doe ik een stap achteruit en ontdek ik dat even verderop nog een OV-fiets staat. A ha, ik sta simpelweg bij de verkeerde fiets… In één keer krijg ik deze fiets open. De weg terug naar het centrum heb ik zo gevonden.

Dan is het de uitdaging om mijn in de trein bedachte plan voor de invulling van de rest van de middag uit te voeren. Een wandeling zit er door mijn huidige dikke teen immers niet in en daarom heb ik wat nagedacht over een fietstocht langs de knooppuntenroute. Met de fiets in de trein wil ik vóór vier uur naar station Driebergen-Zeist reizen en van daaruit langs een bosrijke route weer terug fietsen richting Utrecht.

Maar daarvoor moet ik eerst nog even uitvinden hoe ik het precies voor elkaar krijg met de fiets in de trein. Welke coupé ik moet hebben, dat heb ik inmiddels al wel uitgevonden, maar hoe krijg ik mijn fiets op het perron? Ik geef de moed al bijna op wanneer ik voor de poortjes sta met de fiets en niet weet of ik er ook met dit vehikel doorheen kom.

“Komt u de fiets terugbrengen?”, zo spreekt een vriendelijk en zeer behulpzame vrouw me aan die passeert. Ze weet me te vertellen dat ik wel een fietsabonnement moet hebben om te reizen met een fiets en daarom ga ik snel op zoek naar alle voorzieningen die horen bij het dalurenabonnement. Ik kan er niets over vinden en besluit de gok gewoon maar te wagen, we zien wel hoe het loopt.

Zonder problemen sta ik even later met mijn fiets op het perron, maar ik ben toch niet geheel zeker van mijn zaak. Ben ik nu geen strafbare actie aan het uitvoeren? Wat als bij een controle blijkt dat het toch niet bij het abonnement hoort… Hoe dichter de klok bij de vertrektijd van de trein komt, des te harder ik mijn hart in mijn keel voel bonken. Helemaal spannend wordt het als de trein binnenkomt. Alsof ik ieder moment tegengehouden kan worden, loop ik naar de trein en wacht tot de deuren open gaan…

Met bonkend hart stap ik tussen de menigte in en wordt al meteen een stuk rustiger wanneer ik de fiets meteen kwijt kan naast een andere fiets: hij staat geparkeerd op de juiste locatie. Elf minuten lang kijk ik gespannen om me heen of er ook een conducteur komt voor controle. Opgelucht stap ik bij station Driebergen-Zeist uit, samen met mijn fiets.

Nabij het stationsplein haal ik bij het restaurantje Stations HuisKamer een kop koffie met een gevulde koek en zit hier even bij te komen van mijn spannende avontuur. Dan ga ik alvast op zoek naar het begin van de knooppuntenroute. Die heb ik al snel gevonden en even later vang ik ontspannen de terugreis aan door een heerlijk rustige omgeving.

In het dorpje Odijk wordt mijn fietstocht doorkruist door en colonne met Citroën’s van het type 2CV – ook wel lelijke eenden genoemd – die wellicht deze dag een bijeenkomst hebben gepland en ik laat de diverse gekleurde en beschilderde auto’s even passeren. Aangekomen bij een knooppuntenoverzicht even voorbij Bunnik stel ik mijn route ietwat bij en maak deze nog groener en mooier door om te leggen via het landgoed Rhijnauwen.

Wanneer ik onder de snelweg A27 door fiets, is het afgelopen met de stilte van het bos waar ik enorm van geniet en wordt het langzaam aan weer drukker op de paden zodra ik de stad weer in rijd. Inmiddels is het ook alweer vijf uur geweest en moet ik aanstalten maken om de fiets weer in te leveren en nog op zoek te gaan naar een friettentje of iets anders om te eten.

“Doet u de telefoon even weg meneer!”, roept een mij tegemoet komende politieagente vanaf haar fiets naar mij als ik juist op dat moment even op mijn plattegrond kijk waar ik ongeveer ben en waar ik naartoe moet. Inderdaad ben ik niet goed bezig, maar het steeds maar weer aan de kant van de weg te blijven stilstaan om dat uit te zoeken gaat me ook net niet snel genoeg.

Zodra ik het centraal station weer heb gevonden is het opnieuw een hele zoektocht onder de grond waar ik mijn fiets precies weer moet inleveren, ik volg simpelweg maar de bordjes en zie wel hoe het komt. Een vriendelijke man helpt me om de OV-fiets weer uit te checken als hij mij ziet klooien met mijn pasje. “U hoeft uw pasje niet te gebruiken meneer, u kunt gewoon knopje indrukken en hendel naar beneden. Klaar.”

Ik dank hem vriendelijk en als hij me vervolgens ook nog eens de juiste richting wijst om weer bij de treinen te komen, ben ik hem helemaal dankbaar. Op het Jaarbeursplein probeer ik ergens een snackje te scoren, maar alles wat ik zie: veel mensen, veel terrasjes en restaurants maar geen friettent. Dan maar even rondkijken in de vertrekhal.

Hier ben ik net niet op het juiste moment om eten te halen, op dit tijdstip wil namelijk iedereen eten en is het overal even druk. Bovendien moet ik voor de reis ook nog even een plasje plegen en dit geef ik dan ook prioriteit. Uiteindelijk haal ik bij de Albert Heijn To Go een broodje gezond en een croissantje met kaas en schrok deze naar binnen op een bankje in de hal.

Ondertussen krijg ik een telefoontje van Nynke die even iets wil vertellen over een situatie op haar werk. Ik luister met een half oor, de andere helft is bij de vele geluiden om me heen en de klok die schuin boven me hangt en ik nauwlettend in de gaten houd. Het is 18:10 als we bellen en de trein die ik wil hebben rijdt om 18:21 en ik heb ook al even over mijn schouder gekeken hoe ver ik moet lopen om bij spoor 12 te komen.

Aangekomen bij het perron blijkt het nog steeds spitsuur te zijn en ik vraag mij af waar ik moet staan, want ik zie een melding dat het achterste gedeelte van de trein waar ik op wacht maar tot Zwolle rijdt. Tja, wat is straks het voor- en achterste gedeelte en hoe beweeg ik mij in een rap tempo van de ene naar de andere kant, mocht dat nodig zijn. Gelukkig heb ik goed gegokt en sta ik aan de juiste kant.

Voordat we kunnen instappen is er nog enige commotie wanneer de spoorwegpolitie vier man sterk staat te wachten op een jongeman die even later uit de trein wordt gehaald. Ik ben blij als ik uiteindelijk in deze trein in een bomvolle coupé ook nog een zitplaats vind. Iedereen ziet er moe en bezweet uit en ik voel me evenzo.

Mijn dag overdenkend tijdens de terugreis verandert het voorbij trekkende uitzicht al snel weer in een weids landschap, wat betekent dat ik terug ben ‘yn Fryslân’. Ik kijk terug op een goede dag vol bijzondere indrukken.

In Leeuwarden help ik een moeder met een kinderwagen uit de trein. “Dank u wel meneer”, zo krijg ik te horen. Op zoek naar het juiste spoor vergeet ik bijna om uit te checken. Ik hol terug en vind de in- en uitcheck van NS en Arriva vlak naast elkaar, dus dat is snel geregeld. Maar dan rijdt toch net de trein richting Groningen aan mijn neus voorbij, gelukkig staat er eentje naast die een paar minuten later vertrekt. Het blijkt de sneltrein te zijn die net weg reed, het is de stoptrein waar ik nu rustig in kan stappen om exact om 20:43 te arriveren in Buitenpost.

Voor de derde keer op rij is ook de terugreis op de fiets en heerlijke belevenis. Even voor ik Surhuisterveen binnen fiets, kom ik toevallig ook nog Sipke Scheepsma tegen. Ik stop even en deel kort met hem mijn ervaring van deze ochtend aan De Ienen. Het was vandaag hun trouwdag geweest… Alvast vooruit denkend in de termen waar ik me vandaag meer dan eens op heb gefocust klinkt daarna in mijn hoofd een stem: het volgende station is Surhuisterveen, Nynke!