Als ik Surhuisterveen uit fiets, hoor ik in de verte nog het luiden van de Feanster toer. Ik ben behoorlijk op tijd vertrokken, zodat ik alles in alle rust kan doen. Precies veertig minuten later stal ik mijn fiets bij het station. Ik tel het aantal palen vanaf het begins, zodat ik niet weer hoef te zoeken. Op een bankje voor de restauratie van het station ga ik in de schaduw even zitten wachten op wat komen gaat.
“Mogen we vast gaan zitten?”, vraagt een vader die met zijn zoontje naar de bus is komen wandelen. – “Jazeker”, antwoordt de chauffeur vriendelijk. “En kan ik dan een retourtje Dokkum voor deze jongeman kopen?”, is vaders volgende vraag, wijzend op zijn zoontje. – “Nee!”, is nu het resolute doch allerminst minder vriendelijke antwoord. “Deze bus gaat niet naar Dokkum, ik ga naar Leeuwarden.”
Ze moeten dus nog even wachten op de volgende bus. Ook ik moet nog even wachten op de trein die om 9:03 naar Groningen gaat en ik verveel me met dit soort momentjes geen moment. In Groningen vind ik zonder problemen spoor 4 waar alweer de trein richting Meppel gereed staat. Ik stap meteen maar in en vind een zitplaats.
De coupé vult snel en het duurt niet lang of er gaat een jongedame naast me zitten die meteen de Volkskrant gaat zitten lezen. Zodra de trein gaat rijden lees ik een hoofdstukje in Romeinen. Sneller dan ik had verwacht stopt dan de trein en weet ik even niet wat ik moet doen. Dat er wegens werkzaamheden een busverbinding is tussen Meppel en Zwolle weet ik wel, maar niet waar ik precies moet uitstappen
Omdat ik nu toch ga twijfelen stop ik ietwat gehaast mijn e-reader in mijn broekzak, zet mijn hoed op, check nog even snel of ik niets heb laten liggen en stap dan toch maar uit. Eenmaal buiten het station ontdek ik dat ik nog maar in Assen ben! Verhip, te vroeg uitgestapt dus. Nou ja, over een kwartiertje stopt er alweer een sprinter richting Meppel, dus er is niets aan de hand.
Waar ik nu moet uitstappen is me nog steeds niet geheel duidelijk, maar ik neem me voor om simpelweg maar te blijven zitten tot aan Meppel en dan maar te zien wat er gebeurt, maar bij station Hoogeveen wordt keurig omgeroepen dat hier snelbussen richting Zwolle zijn, dus stap ik hier uit en ben niet de enige die dat doet.
“Hier inchecken voor Zwolle”, zegt een vriendelijke jongeman met een geel hesje aan. Dit moet hij waarschijnlijk de hele dag zeggen, want ik hoor het hem telkens herhalen en tevens vriendelijk blijven wanneer mensen hem toch vragen of dit wel de bus naar Zwolle is. Er staan heel veel mensen hulp te verlenen en ik stap in de bus die even verderop staat en zoek een zitplaats.
Even later strijkt er een moeder met twee kinderen en een oudere dochter in mijn buurt neer. Het jongetje komt naast mij zitten, dochter gaat zitten op de stoel naast het gangpad, meisje daarvoor en de moeder daar weer naast. Jongetje begint meteen filmpjes te kijken en uit zijn neus te eten, dochter kijkt ook filmpjes, en meisje gaat filmpje kijken met geluid in een taal die ik niet versta.
Van dit ratelende geluid dreig ik knettergek te worden en daarom besluit ik een podcast te gaan luisteren. Nog geen twintig minuten later liggen ze alle vier voor Pampus en kom ik heerlijk tot rust door het luisteren. “We zijn gearriveerd in Zwolle, van hieruit rijden de treinen weer”, kondigt de chauffeur dan aan en hij wenst ons een prettige reis verder.
Na het uitstappen op station Zwolle zie ik het meisje dat naast me zat vlakbij de bus voorover gebogen haar maaginhoud legen in het gras. Ik kijk de andere kant op en ga op zoek naar het centrum. De route daar naartoe heb ik vrij vlot gevonden. Ik neem me voor om als eerste een bezoek te brengen aan de grote kerk. Hier blijkt veel meer te doen dan het bezichtigen van de kerk alleen, er is onder meer een fototentoonstelling.

Fotografen uit de regio alhier hebben foto’s gemaakt van bijzondere gebouwen of natuur en geven hier uitleg bij waarom het zo bijzonder is en dat je niet ver weg hoeft te zijn voor iets moois. Een heel bijzondere expositie die meteen ideeën bij me oproept om zoiets ook in mijn omgeving te organiseren. Vanwege de beperkte energie die ik heb, bekijk ik de expositie in vogelvlucht.

Uiteraard neem ik een foto van het orgel. “Dat is een heel mooi orgel dat u heeft gefotografeerd”, begint een oudere mevrouw met een Duits accent waarna ze me meteen overlaadt met informatie over het Schnitge-orgel. Ik vang hier en daar een jaartal op en iets over bombardement in de Tweede Wereldoorlog, maar probeer al deze informatie zoveel mogelijk langs me heen te laten gaan.
Ik vind het mooi genoeg geweest wanneer ze me ook de details van de hardhouten preekstoel wil gaan vertellen, dank haar vriendelijk voor de informatie en beloof haar zoveel mogelijk te zullen gaan bekijken. Ik geniet even een moment van de rust. Vanuit de Sint-Michaëlskerk wandel ik richting de boekwinkel.
Ik bof maar weer, er is markt in de stad, met onder meer een kaasboer, een bakkerij, een groenteboer en een vishandel, dus is het extra gezellig. Toch kies ik voor een lunch bij brasserie In de Broeren, in de boekwinkel van Van der Velde in de Broerenkerk. Ook hier ervaar ik de rustgevende geluid van een kerkgebouw en ik geniet – zoals ik wel veel vaker doe – van het broodje zalm dat me als lunch wordt opgediend.

Na de lunch kijk ik nog even rond in de boekwinkel maar heb al besloten om de trein van 13:53 naar Wezep te nemen en van hieruit de wandelroute terug naar Zwolle. In alle rust wandel ik terug naar het station. Hier blijkt opnieuw mijn onervarenheid met treinreizen wanneer ik moet kiezen tussen Blauwnet en NS daar ik geen flauw idee heb hoe de sporen hier verdeeld zijn.
Een korte zoektocht vertelt me dat ik straks met NS reis en ik check hier in. Na niet lang wachten komt op spoor 1a de trein van Zwolle binnen. Wat is dit nou, ik moet de sprinter naar Utrecht centraal hebben, wat doe ik? Nog geen minuut later verandert de tekst op de trein: Utrecht Centraal en ik neem plaats in een tweede klas coupe waar volop ruimte is.
De temperatuur buiten is inmiddels aardig omhoog gekropen wanneer ik start met de wandelroute, ik denk toch wel boven de 25 graden. Stiekem had ik nu wel gewild dat ik een hemdje mee had genomen, maar ik geniet ook nu niet minder van de stilte van de Wezepsche heide en het geluid van de krekels.
De vele bankjes langs de route lokken me niet zo zeer om even gaan zitten rusten, het is echt veel te warm in de zon. Toch kies ik er een na zo’n half uurtje wandelen voor om even een bakje koffie te nemen en ik trek daarbij even mijn t-shirt uit. Onze thermosfles werk perfect, de koffie is nog heerlijk warm. Iedere wolk die nu voor de zon langs schuift en op deze manier voor enige schaduw zorgt betekent enige verkoeling en is welkom. Ieder boompje in de steeds bosrijker wordende omgeving evenzo.

Steeds meer wordt het geluid van de krekels dan overstemd door het verkeer van de A50 dat voorbij raast, maar dit geluid laat ik al snel weer achter mij als ik de snelweg ben overgestoken en opnieuw de bossen in wandel. Al snel zijn het weer de vogeltjes die het winnen van het verkeersgedruis waar ik dan ook volop van geniet.
Hattem is een heel leuk stadje waar ik even weer de wandelroute kwijt ben, maar als ik weer overschakel op andere navigatie, heb ik het Anton Pieck-museum al snel gevonden. Twee vrouwen op leeftijd zitten hier achter de balie op hun telefoonscherm te turen, maar leggen deze snel terzijde wanneer ik mijn museumkaart toon. Terwijl deze wordt gescand, krijg ik een ingestudeerd riedeltje te horen over hoe het museum ongeveer is ingedeeld en wordt me verteld dat ik mijn rugzak in een kluisje dien te leggen.

Hoewel ik geen enkel idee heb van de talenten van Pieck, ben ik toch al snel door zijn kunstwerken hem geïnspireerd. Wat een details legt deze man vast in zijn tekeningen en ook de eenvoud van de dingen waar hij van kon genieten boeien me. Het doet me stiekem een klein beetje denken aan Samar in momint yn’t Fean.
Nadat ik in het museum nog een kopje koffie heb gedronken, probeer ik de wandelroute weer te vinden. Eenmaal buiten Hattem zie ik in de verte de Hanzeboog over de IJssel waar juist een intercity overheen dendert. Over deze brug moet ik straks ook wandelen, maar dan in tegenovergestelde richting naar Zwolle. Dat is nog best een behoorlijk stukje wandelen.
Als ik eenmaal aan de overkant van de brug ben, ga ik met het uitzicht op een treinrangeerterrein op een bankje zitten om nog een broodje te eten. Hoewel de zon al minder schijnt, is het toch nog behoorlijk warm en ik begin zo’n beetje zin te krijgen in een biertje. Gezien de afstand die ik nog moet wandelen en het tijdstip van de terugreis, denk ik geen tijd meer te hebben in Zwolle en dat ik dit biertje niet eerder dan thuis zal drinken.
In het parkje waar ik vervolgens doorheen cirkel zie ik op een bankje een man zitten die er gezien zijn kleding ietwat slecht verzorgd uit ziet. Hij heeft een pet op en drinkt een biertje en bijna ben ik geneigd om naast hem te gaan zitten. Wellicht heeft hij nog wel een biertje voor mij in de tas die naast hem staat, maar dit zal zijn hele huisraad wel zijn.
Ik wandel door en neem een slok water . Even verderop zie ik een stelletje elkaar liefkozen, net als in het Amsterdamse Vondelpark. Het gebeurt ook overal, alleen hier op iets kleinere schaal. Zodra ik het stadse leven weer binnen wandel, is het weer wat ingewikkelder met het zoeken van de route. Met mijn eigen navigatie ben ik een kwartiertje later op het station.
Hier nuttig ik mijn laatste meegenomen brood en ga op zoek naar de bussen voor plaatsvervangend vervoer. Om 18:31 stap ik in de eerste bus die gereed staat. Bij het afkoelen van mezelf in de schaduw had ik al ontdekt dat deze bussen hier af en aan rijden en het niet zo nou nemen met de dienst regeling.
Bus nummer 213 is helemaal nog niet zo vol en er zit zelfs niemand naast me. Hiep hoi, ik heb alle ruimte om heerlijk bij te komen van een dagje Zwolle met een wandeling. Na veertig minuten zitten in de bus verneem ik de kilometertjes wandelen behoorlijk en is de puf er dan ook wel zo’n beetje uit. Om 19:34 vertrekt de trein geheel volgens mijn planning vanuit Hoogeveen en kan ik om 20:45 in Buitenpost zijn.
Op station Buitenpost staan twee blonde meiden klaar om in te stappen en verder te reizen richting Leeuwarden. Allebei hebben ze een wit t-shirt aan met een vrolijk figuur en de tekst Bello. Ik schenk Bello en Bello een glimlach en een groet. “Alle minsten begjinne te laitsjen”, zo stellen ze giechelend vast als ik hen gepasseerd ben.
Mijn fiets vind ik deze keer zonder problemen en ik geniet evenals vorige week van de terugtocht in de half ondergaande gaande zon in de avondlucht. Ergens tussen Augustinusga en Surhuizum fiets ik door een enorme brandlucht, boven de Surhuizumermieden hangt een grote rookwolk. In mijn gedachten heb ik slechts mijn biertje, dat ik niet veel later drink op het terras achter ons huis.