Elfstedenpad etappe 13 Dokkum-Leeuwarden

Bij het voeren van de kippen deze ochtend merk ik al dat het nog behoorlijk fris is en ik twijfel dan ook of ik voor de elfstedenpadetappe van vandaag voldoende kleding heb klaar liggen. Vandaag start ik vroeg, ik rijd met Nynke mee naar station Feanwâlden en van daaruit is er een buslijn richting Dokkum.

Meteen na het uitstappen bij Sionsberg kan het jack al wel aan. Niet heel ver verwijderd van de stempelpost hoor ik een klokje negen uur slaan. Ik haal symbolisch mijn laatste stempel door een foto te maken van de post. Het is nog behoorlijk rustig in het centrum van Dokkum, behalve een aantal straters die juist hun bakje koffie drinken is er weinig te beleven. Ik neem ook een snel bakje en begin mijn wandeltocht, op naar de finish.

Tot aan Bartlehiem neem ik exact dezelfde route dan de vorige keer en dat vind ik eerder een voordeel dan een nadeel: ik heb vorige week intens genoten van de stilte, de eenheid met de natuur en alleen al de fantasie dat de schaatsers ook daadwerkelijk over deze wateren hebben gereden. Nog geen half uur na de start wandel ik al op het Jaachpad langs het Dokkumer Ee. De kou voel ik amper meer, de kachel van mijn lichaam is dusdanig opgewarmd en het zonnetje schijnt volop.

Toch staat er nog een behoorlijk koele bries, zonder jack wandelen doe ik dan ook nog niet. Een reiger vliegt laag over het land, even verderop zie ik drie konijntjes door de weilanden dartelen. Met het zicht op Raerd neem ik om kwart voor tien nog een bakje koffie. Achter mij zie ik Dokkum al weer kleiner worden, het verkeersgedruis van de stad is amper nog te horen, hier is het alweer stil.

Twee eenden zwemmen samen onder de brug Klaarkamp door. De haan kraait alweer volop, een oudere vrouw lijkt in haar huiskamer in het zonnetje bij haar kopje koffie in slaap te zijn gedommeld, haar kat geeft zichzelf een schoonmaakbeurt in de vensterbank. Dan let ik iets te enthousiast op de afstand die ik inmiddels al gewandeld heb.

Op de richtingaanwijzer zie ik dat ik vanaf Dokkum al 4,5 kilometer heb gelopen en dat ik nog ongeveer even zover ben verwijderd van Burdaard. Ik zet mijn linkervoet iets over de rand van het asfalt waardoor mijn voet de naastgelegen berm in wil. Mijn enkel klapt dubbel en ik voel een enorme scheut pijn. Ik besluit er niet al te veel aandacht aan te besteden in de veronderstelling dat blijven bewegen het beste is. Doorlopen Dick, doorlopen…

Om 10:30 uur neem ik na het oversteken van de Holwerter Feart nog even een koffiestop aan een picknicktafel aan het Ee. De broek rits ik hier af en het jack gaat uit. De wind is nog wel behoorlijk fris, maar het kan. Ik geniet weer volop van de natuur en de stilte. De schaatsers noemen dit gebied de hel van het noorden. Dat zal zo zijn met de ijzige kou en de stramme wind, maar ik durf het hier stiekem bijna te vergelijken met een stukje van de hemel.

Even voor Burdaard zie ik het bankje waar ik vorige week mijn broek heb afgeritst en een plasje gepleegd. Voorbij de bocht zie ik dan Burdaard verschijnen. Op het bruggetje tik ik even tegen de rand van mijn hoed. Wat hebben heit en mem hier vaak geluncht tijdens hun fietstochten. Ik kwam dan op de motor naar Burdaard om een hapje mee te eten. Het terras is nu nog stil en leeg.

Het wandelen gaat nog steeds prima, mentaal en fysiek voel ik me goed. Na Burdaard Tergrêft, Bartlehiem en hier sla ik linksaf de Wiereweg in, die parallel loopt aan Aldtsjerkster feart. Als ik mijn fantasie een beetje gebruik zie ik de schaatsers met de handen op de rug schaatsen achter de rietkraag rijden.

Op naar Aldtsjerk heb ik flink tegenwind. De wind is koud en even laat ik in me omgaan om mijn jack maar weer aan te trekken, maar ik doe het niet. Ook komt telkens de gedachte in me op om niet de etappe in Aldtsjerk te beëindigen, maar om in een keer door te wandelen tot aan de finish. Het loopt allemaal nog steeds gesmeerd, het weer is prima, ik zie Leeuwarden aan de horizon, het gaat maar om iets van acht kilometer…

In Aldtskerk neem ik even een kijkje op het punt waar de Aldtsjerkster Feart overgaat in de Moark. Het is nu kwart voor een en het wordt tijd om een beslissing te nemen over wat ik ga doen. De zoektocht naar een bushalte en de route er naartoe geeft uiteindelijk het antwoord. Blijkbaar heb ik ergens een verkeerde afslag genomen, voor ik het in de gaten heb, ben ik halverwege Oentsjerk.

Leeuwarden komt steeds dichterbij, ik denk aan thuis met een warme douche, een voetbad en daarna staat me bij heit een bord met bruine bonen te wachten en ik heb nog voldoende proviand in de tas. Met al deze dingen begin ik me moed in te spreken, mijn voeten beginnen nu namelijk wel steeds meer tekenen van vermoeidheid te vertonen.

Na Oentsjerk is het nog een flink stuk stappen door de polder. Dan wandel ik nog een flink stuk langs de Moark, maar het kost me steeds meer moeite om in de beleving van de schaatswereld mee te maken, mijn fantasie wordt meer en meer verstoord door zeurende voeten. Ook mijn knieën begin ik nu te voelen. Leeuwarden heb ik nog steeds in beeld, toch best nog ver weg…

Even is dan de wind gaan liggen, zelfs mijn trui gaat even uit en ik wandel in t-shirt. “Yn it koarte broekje”, zo hoor ik een man in de verte verbaasd tegen zijn vrouw zeggen. Zij hebben beiden de winterjas nog aan en een muts op. In de verte zie ik de tegeltjesbrug opdoemen.

Ik heb me voorgenomen om hier een kijkje te gaan nemen, maar mijn route moest en zou meer gaan langs wateren als Aldtsjerkster Feart en de Moark, dus voor een foto van deze brug moet ik minstens een kilometer terug wandelen. De plaatjes bij de brug zijn zo geknipt. Ik zie even de foto van oud-Feanster Saco Hamstra die in 1965 de tocht reed, het lukt met niet om hier een beleving bij te hebben.

De Canterlanswei is dan nog best een pokke-eind wandelen, Leeuwarden komt steeds langzamer dichterbij. Dan sla ik af het Kealledykje op. De Bonkefeart komt steeds dichterbij, ik ga op naar de finish. Mijn voeten voelen als stukgelopen en de laatste kilometer is de beleving helemaal foetsie. Bij het zien van de Bonkefeart en het finishmonument voel ik toch wel enige emotie. ‘Ik haw it helle, ik bin klear!

Met twee etappes en toch minstens 25 kilometer wandelen heb ik nu toch echt een prestatie geleverd, zo steek ik mezelf een veer in de kont, al moet ik wel bekennen dat ik het vandaag ietwat te bont heb gemaakt. Maar goed, had ik de etappes toch in tweeën gedeeld, dan had ik Aldtsjerk-Leeuwarden met twee vingers in de neus gelopen en ik weet niet wat ik dan had gevoeld.

Mijn voeten schreeuwen om bevrijding, mijn schoenen en sokken trek ik dan ook uit en op blote voeten wandel ik langs de Bonkefeart op zoek naar een bankje. Aan de overkant van de altijd drukke Groningerstraatweg zie ik een bushalte en ga op zoek naar een bustijd. Om 14:47 gaat lijn 13 richting Surhuisterveen. Het is nu 15:31, dat moet lukken.

Snel trek ik mijn schoenen aan, maar dan ontdek ik dat het hier een enorm doolhof is van waterweggetjes en een rechtstreekse kuier naar de halte niet mogelijk. Via een enorme omweg weet ik de halte te bereiken. “Is lijn 13 al geweest”, vraag ik aan de jongedame die bij de halte haar smartphone zit te bestuderen.

Na enkele swipes weet ze me te vertellen dat de bus drie minuten vertraging heeft. Meteen daarop zie ik hem aankomen rijden. Ik plof neer in de bus. Bij het uitstappen bij Nije Jirden in Surhuisterveen voel meteen ik dat mijn voeten er nu na een poosje rust echt de brui aan hebben gegeven. Bijna strompelend kom ik thuis. Hier wacht de douche, het voetenbadje en even later bij heit de bruine bonen.
‘Ik bin klear!’