“Dizze beammen sille der aanst ek wol ôf moatte”, zo wijs ik op de bomen langs de voormalige touwbaan wanneer we deze maandagochtend over het Toubaanplein wandelen. Een graafkraan is alweer druk aan het puinruimen, het is een opperst kale bedoening geworden na de sloop van de loodsen van houthandel Schuilenga.
“Mar dan hoege dy beammen der dochs net ôf?!”, zo krijg ik als weerwoord, maar ik kan het niet geloven dat er woningen kunnen worden gebouwd terwijl deze bebossing simpelweg blijft staan en vrees dan ook dat het weg moet. Nog geen uur later moet ik even naar het dorp om een boodschapje en wordt er al volop gezaagd. Als luciferhoutjes vallen de bomen achterelkaar om.
Meteen ga ik terug naar huis om mijn fototoestel op te halen. Ik wil in ieder geval nog vastleggen wat er nu nog staat, de rooiers lijken nu namelijk wel héél erg snel te werk te gaan. De mannen in dienst van het sloopbedrijf hebben dan net even pauze en zitten in hun auto als ik de de nog overeind staande bomen vastleg op de gevoelige plaat. Maar ze zien me wel.
‘Toet-toet, toet…’, hoor ik een aantal malen, alsof ze willen aangeven dat ik dat niet moet doen. Ik ga echter gewoon door. Een paar momentjes later zie ik dat ze in hun bedrijfsauto mijn kant op komen en naast me parkeren. Inmiddels is er ook een dorpskenner naast me komen staan die weet dat de rest van de bomen langs de touwbaan wel blijft staan en er zelfs een met een bruggetje komt.
Dan boomzagers houden het bij een algemeen praatje. “Nou, we zien de foto’s wel”, is het enige dat deze jongens verder zeggen als ik vertrek. Later op de dag hoor ik van een vogelaar dat al deze bomen illegaal zijn gekapt, dat er helemaal geen kapvergunning is afgegeven. De directeur van het sloopbedrijf die schijnt gevraagd te zijn naar de activiteiten, ‘wist niet dat het niet mocht.’
Ik heb in ieder geval nog een momentje vastgelegd, een foto van enkele bomen langs een historisch gebied. Ach, waarom maken we ons toch zo druk om een aantal boompjes, zo bedenk ik me later. De bouw gaat toch door, stilstand is achteruitgang en snoeien doet ook weer bloeien. Over een aantal jaren weten we nergens meer van en is er vast nog ergens een Toubaanhiem of Boschstate dat ons deze tijd doet herinneren.
