Ouderdoms(s)taaltjes (291)

Bij de groenteboer is een oude mevrouw voor me. Ze wordt vergezeld door haar dochter, die ook al de jongste niet meer is en assisteert bij de laatste handelingen. “Toe mar mem, it is al betelle, wy binne klear.” Tot tweemaal toe verzekert de dame zich er van of echt alles wel geregeld en betaald is en dan pas maakt ze aanstalten om te vertrekken door haar stok te pakken die tegen de toonbank staat.

Ze rommelt nog wat in haar tas en vraagt zich dan – voor de zekerheid – opnieuw af of alles wel betaald is. Zodra de automatische deuren achter het tweetal zijn gesloten doe ik een stap naar voren omdat ik nu aan de beurt ben. “Tsjong, it soe hja oangrize om âld te wurden”, zo deel ik mijn angst voor later met de groenteboer die dezelfde leeftijd heeft dan ik waarna we even lachen en ik mijn bestelling plaats.

Het gebeurt wel vaker dat ik dingen zie gebeuren waardoor ik soms weleens bang ben om oud te worden, maar ik zie gelukkig ook ontzettend veel wat het tegendeel laat zien: eveneens gelukkig weet ik door het oprukkende rollator- en scootmobiel-park heen te kijken en zie ook nog wel oudjes wandelen, fietsen en nog veel meer dingen fris en fruitig doen.

In het dorp stopt even later een auto waar een ouder echtpaar – ik schat toch wel ergens tegen de tachtig – uit stapt. De man is redelijk vlot buiten, naar mevrouw is erg ‘kerbintich’ en rolt bijna uit de auto en kreupelt als het ware naar achter waar manlief de rollator inmiddels klaar heeft staan. “Dit staat ook open”, wijst de dame op het benzineklepje.

Mijnheer kijkt er even naar, in een paar bewegingen draait hij de dop er op en klapt het klepje dicht. “Hindert niet”, wuift hij het weg alsof het de normaalste zaak van de wereld is, maar ik heb drommels goed in de gaten dat hij gewoon bij het tanken is vergeten de dop er op te draaien; ook vergeetachtigheid hoort bij ouderdom. Soms zou je bang worden om oud te worden…