We zijn er! Het is bijna tien uur als we het parkeerterrein bij strand Callantsoog oprijden. We laden de koelbox uit de auto, de tassen met handdoeken en het strandtentje en maken ons gereed voor de wandeling richting strand. Een jongeman van een jaar of veertien zie ik op een fatbike opvallend om zich heen kijkend tussen de auto’s door manoeuvreren.
Hij houdt stil bij een grote Maserati, maakt foto’s van deze auto en kijkt speurend om zich heen. “Dit vindt ’ie vast een mooie auto”, denkt Nynke onschuldig wanneer ik de jongen twijfelachtig in de gaten houd, ik heb andere ideeën over zijn bedoeling en zou hem het liefst even in de gaten houden.
Nynkes mikpunt ligt op een jong stel dat even verderop al kibbelend hun auto aan het uitladen is en wijst mij hier op. “Zo gaat dat bij mannen en vrouwen.” De vrouw foetert op haar man die vervolgens zwijgend verder gaat met uitladen. ‘Ik had je maar één ding gevraagd om mee te nemen, water!’ Waarschijnlijk heeft ’ie dat niet gedaan. We wandelen richting strand en zijn pas echt gearriveerd als we de zee zien. “Het is eb”, merkt Nynke meteen op.
De reis van anderhalf uur in de steeds warmer wordende auto zijn we al snel vergeten als we ons focussen op de vele uren genieten van zon, zee en strand die vandaag voor ons liggen en we uit de thermosfles een bakje koffie hebben ingeschonken en nemen daarbij zelfs een klein stukje gebak. De zon is wel ietwat weggekropen maar we genieten er niet minder van.
Nynke legt even haar hoofd neer om even wat te rusten terwijl ik vooral om me heen kijk en steeds meer mensen langs de vloedlijn het strand op zie wandelen; de meeste met een tas met handdoeken, een parasol of strandtentje en veelal ook een koelbox. Al snel breekt de zon weer door het wolkendek, is het prettig om de schaduw van ons tentje te gebruiken en af en toe een verfrissende duik in de golven te nemen.
Ook hier zijn Frysk sprekende mensen. Dit hebben we al meteen gehoord als de man vlakbij ons alleen al heeft beslist om ‘hjir’ te gaan zitten en hun accent is duidelijk anders. Even verderop zijn een zeer gebruinde oudere man en vrouw gearriveerd die meteen pompen aan het werk zetten om hun luchtbed van minstens veertig centimeter hoog op te blazen, ze leggen er een wit laken op, plaatsen een windscherm en gaan vervolgens liggen bakken in de zon.
“Kijk, een zeehond!”, roept Nynke verheugd nadat ze een poosje ontspannen naar de golven heeft zitten turen. Haar waarneming is snel weer verdwenen maar een ogenblijk later ziet ze hem weer en nu zie ik het ook. “Nu met een hele dikke vis in de bek.” Het is altijd fijn om een zeehondje te zien verschijnen en we genieten hier dan ook even van als het dier zelfs op zo’n twintig meter afstand tot het strand nadert.
Een jong stel arriveert vlakbij ons en de jongen heeft het tentje en zijn tas al neergezet, haar tas staat echter een paar meter verderop en blijkbaar zijn ze het niet eens over hun exacte verblijfplaats van vandaag. De jongedame blijft beteuterd kijken, lijkt bijna te huilen en aan hun houding tegenover elkaar is wel te zien dat ze een stevige discussie voeren.
We zijn niet de enige van wie ze aandacht krijgen, vele badgasten rondom hen zijn benieuwd naar hoe het afloopt. Zo’n vijf minuten later gaan ze rechts van ons zitten maar voordat het strandtentje wordt geïnstalleerd en de tassen worden uitgepakt, wordt er nog volop getwist. “Dat wordt een gezellig dagje”, verwacht Nynke wanneer zij even later onvermurwbaar gaat liggen.
Als hij dan even later de zee in gaat en ze merkt geen aandacht meer te krijgen met haar krampachtige gedrag, wordt ze onrustig en besluit toch maar achter hem aan te gaan. Even later staan ze intiem te knuffelen, het wordt wellicht toch nog een gezellig dagje.
Het bord met de waarschuwing dat het levensgevaarlijk is om dichter bij de dam te zwemmen dan 25 meter staat nu in zee, de zee komt langzaam dichterbij, het strand wordt kleiner, het is vloed.
Steeds meer mensen zien we dan lopen met witte emmertjes en een grijper en al snel hebben we in de gaten dat deze bij een groep horen die het strand schoonmaken. Deze mensen die in twee- of drietallen over het strand wandelen verzamelen peukjes en andere rotzooi die blijft liggen. Ze horen bij de stichting Noordzee, zo staat op de emmertjes en zien we ook bij een vlag van een van de laatste wandelaars die passeert.
We slapen, we lezen, we zwemmen, we liggen in de zon en we turen over zee en strand. Kortom, we genieten van ons dagje aan de zee. Tegen vier uur trekt de lucht langzaam weer dicht, het weer verandert. Het wordt donkerder, de temperatuur is nog aangenaam warm, toch pakken geleidelijk steeds meer mensen hun spullen in en trekken weg.
Meestal horen we wel bij de laatste badgasten die vertrekken en maken een groot gedeelte van de zonsondergang mee aan de zee, toch besluiten we vandaag ook om iets eerder in te pakken. Bij Paviljoen De Strandtent genieten we bij een heerlijk ontspannen reggaedeuntje nog van een dinertje en dan vangen we de terugreis aan. Weer thuis spoelen we onder de douche de strandkorrels nog even tussen onze tenen vandaan. We zijn weer thuis.