Dagje Den Haag

Ook na een iets later vertrek hoef ik niet snel te fietsen om ruimschoots voor negen uur op het station te zijn. Voor mijn fiets heb ik paal nummer acht al zo’n beetje toegeëigend zodat ik niet hoef te zoeken bij terugkomst.
Op het bankje bij De Oriënt schenk ik mezelf een bakje koffie in en geniet van de steeds meer doorberekenden zon. Nadat ik ter hoogte van Surhuizum nog heel licht drupjes regen had gevoeld, was bij Blauforlaet de zon al steeds meer begonnen met doorbreken.

Een buschauffeur parkeert op de halte, schakelt zijn voertuig uit en rekt zich dan even flink. Vervolgens verdiept hij zich in zijn telefoon. Even verderop loopt een man richting het spoor en zwaait nog even naar de vrouw die hem uit de auto heeft gezet, de auto rijdt vervolgens weg. De muurschildering of graffiti bij het perron van Buitenpost valt me door het lezen van Het Meesterwerk van Francine Rivers, waarin de achtergrond van het leven van een kunstenaar wordt beschreven, ineens op en ik maak er een foto van.

Onderweg op de fiets had ik me nog bedacht om mijn plannen van vandaag om naar Den Haag te gaan te veranderen in Rotterdam, want ook deze stad wil ik wel bezoeken, maar ik besluit voorlopig om het toch niet te doen. Tot aan Amersfoort ben ik in de gelegenheid om een andere richting te kiezen.

De intercity Den Haag centraal staat in Leeuwarden al gereed en de stroom mensen die daar naartoe loopt, ziet er slecht uit voor de rust. Desondanks vind ik toch een zitplaats waar niemand naast kan zitten. Dat belooft dan weer weinig goeds voor mijn voornemen om vandaag iets meer te gaan doen met de campagne Een praatje maakt je Dag van Sire.

Deze uitdaging ben ik mezelf aangegaan, hoewel ik drommels goed weet dat ik een behoorlijk ingetogen persoon ben, maar toch weet dat een praatje veel kan doen. Het enige dat ik vandaag tot nu toe heb gedaan is heel vriendelijk goedemorgen zeggen tegen een mevrouw die met een vouwfiets het perron van Buitenpost op wandelende. In de wagon waarin ik nu zit, zitten negen Duitse meiden rondom me. Ik kan ze slechts een beetje verstaan…
Al meteen na het vertrek vanuit Leeuwarden wordt het behoorlijk donker buiten en al voor Heerenveen wordt zelfs de verlichting in de wagon ingeschakeld. Buiten regent het nu behoorlijk, maar de bui is niet van lange duur.

De meiden die het het dichtst bij me zitten, kletsen volop in een dusdanig rap tempo dat ik er weinig tot niets van mee krijg, echt geconcentreerd lezen zit er ook niet in. Een van de meiden – schuin tegenover mij – valt in slaap tegen de schouder van haar vriendin. Een bijzonder schouwspel dat me af en toe zelfs even doet glimlachen als de wakkere meid er alles aan doet om het hoofd van haar vriendin in balans te houden. Ik vermaak me met lezen van mijn boek en drink een bakje koffie. Bij Zwolle stappen de Duitse meiden uit. Ze zijn met een behoorlijke groep en het ruimt dan ook lekker op in de wagon, maar er stappen ook veel nieuwe mensen in, het is nog voller dan daarnet.

Het echtpaar tegenover me lijkt ook een dagje weg. Ze nemen ieder een plastic tasje op schoot en eten er een broodje uit. Voorbij Utrecht wordt het iets rustiger in de wagon, ik kies zelfs een andere zitplaats met meer ruimte. Na Gouda is het weer voorbij met de rust wanneer er een oudere Chinese mijnheer vlakbij me komt zitten die filmpjes gaat kijken op zijn telefoon met het geluid daarbij aan. Gelukkig duurt de reis nog maar twintig minuten, nog meer gelukkig is dat de film blijkbaar niet interessant is en deze wordt gestopt.

Even later rijdt de trein parallel aan de snelweg A12 richting Den Haag, we halen het verkeer langzaam in. Er is iets dat me raakt. Is het de herkenning van al die jaren dat ik wel over deze weg ben gereden als chauffeur? Ik bedenk me dat ik hier voor het eerst een snelweg met meer dan twee banen zag en even later zelfs reed op wegen met vier banen. Ik herken het Prins Clausplein, de conducteur kondig het station aan. “Den Haag centraal, eindbestemming van deze trein. Een fijne dag gewenst.”

De zon schijnt als ik de stationshal uit wandel en op zoek ga naar een OV-fiets. Deze vind ik op het Koningin Julianaplein. Deze stal ik even verderop tegen een bankje bij het Haagse bos en ik drink hier een bakje koffie en eet een broodje. Het lijkt alsof ik even later wat wezenloos rondfiets door de stad, op zoek naar iets bekends. Maar wat zoek ik eigenlijk? Wat doe ik hier?

Het Binnenhof is gesloten en lijkt een grote bouwplaats. Onderweg op mijn zoektocht naar de onder meer de kerk bespeur ik reuring nabij de Lange Voorhout. Er wordt door kleurig opgetooide mensen Surinaamse muziek gemaakt en ik ga er even kijken en luisteren. Het blijkt de Dag der inheemse Volkeren te zijn. De muzikanten zijn net aan het einde van hun optreden en gaan langzaam naar binnen waar ze hun feestje voortzetten. Dit kleine stukje heb ik toch maar weer beleefd.

De Sint-Jacobskerk heb ik daarna al snel gevonden, maar deze lijkt gesloten, hoewel de website wel aangeeft dat ‘ie geopend zou moeten zijn. De meeste musea hier heb ik al wel gezien en opnieuw vraag ik mij af, wat doe ik hier?

Er zijn ook in deze stad meer mensen en auto’s dan goed voor mij zijn. Het is mooi weer en ik besluit naar het strand te gaan van Scheveningen. Na een hele zoektocht door de stad ben ik blij dat het aantal kilometers naar Scheveningen eindelijk steeds minder wordt en na zo’n half uur fietsen heb ik de boulevard bereikt.

“Meneer, wilt u even gaan lopen?” Uit de speaker op een politiewagen die voorbij rijdt klinkt dit bevel dat voor mij bestemd is over de boulevard. Blijkbaar ben ik niet de enige die niet gezien heeft dat je hier niet mag fietsen, nog geen minuut later klinkt het wederom.

Mijn schoenen trek ik uit op het strand en op blote voeten vang ik en wandeling aan richting het Noorden. Veel energie heb ik echter niet voor een lange tocht, al snel zet ik mijn tas ergens neer, ga er naast zitten en trek ook mijn t-shirt uit. Zeemeeuwen hebben al snel in de smiezen dat ik een broodje eet, ze naderen me tot behoorlijk dichtbij. Het laatste scheutje koffie is niet meer helemaal warm, maar smaakt nog prima.
Vijf moslimvrouwen staan in burkini bijna tot aan hun middel in het water. Ze beuken enthousiast tegen de golven en stiekem mis ik nu toch wel even mijn zwembroek, anders had ik pardoes een duik genomen. Nu ga ik liggen in het zand, geniet van de vele genietende mensen, kijk en luister naar de zee.
Het reuzenrad op de Pier draait rustig door, af en toe springt iemand van grote hoogte boven het water de leegte in met bungeejumpen of raast er iemand op hoge snelheid langs een lijn naar beneden. Het is allemaal vertier. Een ouder echtpaar wandelt richting de zee. De man schat ik toch minstens richting negentig, heeft een lange broek en jas aan en zet zijn stappen letterlijk voetje voor voetje, stop af en toe even en wordt dan door de iets jongere vrouw ondersteund. Ze wandelen tot aan de zee, kijken even naar de horizon en gaan dan in hetzelfde tempo weer terug.

Ik lees wat in mijn boek, liggend in het zand, kijk wat om me heen en het zal een uurtje later zijn als ik besluit om aanstalten te maken voor de terugweg. In de vloedlijn wandel ik richting de Pier en dan naar de boulevard. Hier neus ik nog wat rond, op zoek naar een harinkje, maar er zijn slechts visjes te vinden uit de frituur. Omdat ik hier nu toch eenmaal ben en eigenlijk ook wel een beetje benieuwd hoe het er nu allemaal uitziet, wandel ik even rond op de Pier, maar veel vertier voor mij vind ik hier niet.

Even na vier uur zit ik weer op de fiets richting city the Hague en vind nu in de eerste kilometer een bosrijk fietspad. Even stop ik bij Madurodam, maar heb niet de intentie om naar binnen te gaan. Bij de Schevenings bosjes parkeer ik mijn fiets nog wel even om een korte wandeling te maken en even op het bankje te gaan zitten lezen.
Een jong stel zit een bankje verderop, de moeder geeft haar baby borstvoeding. Veel honden worden hier uitgelaten. Blijkbaar hoeven ze hier hun eigen keutels niet op te ruimen, de eigenaren hebben geen schepjes bij zich en ik zie ze ook niet met poepzakjes.

Weer verder fietsend richting Den Haag passeer ik het Vredespaleis. Een ijscoman verkoopt hier ijsjes. Het is nog mooi op tijd als ik het Binnenhof weer heb gevonden, ik vind het fijn om op tijd te zijn, omdat ik nog iets moet eten en ook mijn fiets nog moet inleveren. Bij Paviljoen Malieveld – deze locatie had ik vanochtend al zo’n beetje gespot – eet ik een pannenkoek, heerlijk met appel en kaneelsuiker. De OV-fietsverhuur is hier vlakbij.

Even voor half zeven ben ik terug bij het centraal station. Op spoor 7 staat de intercity Leeuwarden volgens mij al gereed en lijkt nog niet heel erg vol te zitten. Daar ik mijn eten inmiddels heb genuttigd en dus klaar ben voor de reis, check ik in en zoek vast een plek. Er komt niemand naast me zitten. Ondanks mijn voornemen om vandaag eens wat vaker een praatje te maken, vind ik het voor nu wel prima zo en begin met het schrijven van mijn verslag.

Even dacht ik vandaag dat ik het allemaal wel had gehad met al dat gereis en wilde eigenlijk wel meteen naar huis. Ik denk dat het vermoeidheid is geweest, de drukte waardoor ik het wel had gezien. Nu ik even rustig heb gegeten, daarna nog een klein stukje rustig heb gefietst en nu heerlijk rustig in de trein zit op weg naar huis, voel ik me alweer een stuk beter en zie het weer zitten. Volgende week toch nog een kijkje nemen in Rotterdam of een andere stad?

Bij Utrecht komt een jonge meid naast me zitten. Ze groet niet maar hangt haar tasje aan de stoel voor haar en bekijkt zichzelf uitgebreid in haar telefoon. Blijkbaar zit er een pukkeltje of haartje dat haar niet bevalt, want ze blijft er maar naar kijken en aan peuteren. In Amersfoort stapt ze weer uit en zit ik weer lekker alleen.

Uit het raam zie ik koeien en paarden aan me voorbij trekken in de weilanden, ik herken de brug waar ik onlangs nog overheen ben gewandeld bij Zwolle en nader dit station dan ook.In het licht van de ondergaande zon zie ik een luchtballon voortdrijven en als ik aandachtig het luchtruim bekijk, tel ik er in totaal vier.

Voorbij Heerenveen is de zon echt onder en begin het al langzaam aan te schemeren. Nog een kwartiertje reizen dan komen we aan in Leeuwarden. Hier stap ik bij Arriva in de stiltecoupé – vandaag geen praatjes meer. De zon is al volledig onder wanneer ik Buitenpost uit fiets, toch is het nog niet pikkedonker. Ik geniet wederom van de avond, maar vind het nu toch al wel behoorlijk fris worden. De warme douche thuis is dan ook zeer welkom en vormt ook nu een verfrissende einde van de reisdag.