Het miezert vandaag wanneer ik even na acht uur op de fiets uit Surhuisterveen vertrek. Een treindag zou ik aanvankelijk niet doen op deze dag vanwege de warmte de dagen er voor, maar het is al redelijk afgekoeld en daarom koos ik voor een dagje Leeuwarden. Niet al te ver weg en mooi op tijd weer thuis en mocht het toch niet pluis zijn met het weer, dan is de terugweg ook gemakkelijk.
De regenjas stop ik nog wel even in de tas, een half uur fietsen in de miezer is ook niet prettig, maar al even voorbij Koartwâld lijkt het al bijna droog. In Surhuizum voel ik zelfs al helemaal geen regen meer, al hangt er richting Buitenpost nog wel een behoorlijk donkere lucht. Toch kom ik even later droog aan op het station en stap in de stoptrein van 9:15.
Aangekomen in Leeuwarden ga ik op zoek naar de route van wandelnet die ik vandaag van plan ben te gaan wandelen. Het Elfstedenpad heb ik dan wel gelopen, de proloog daarvan heb ik destijds overgeslagen en dat wil ik nu gaan doen. Door besmeurde – en bestickerde palen, valt het niet mee om de rood met oranje etiketten te vinden. Ook nu heb ik veel steun aan mijn wandel-app welke precies vertelt waar ik ben.
Even voor tien uur ga ik op het Mata Hari plein even zitten op de trede van een betonnen trap om een bakje koffie te drinken en hoor het carillon van de St. Dominicuskerk. Even verderop zitten enkele bouwvakkers ook koffie te drinken. Ze zijn aan het werk bij stadsschouwburg de Harmonie. Ik zit tegenover popcultuurhuis de Neushoorn, bekijk de fietsers die langskomen, groet de wandelaars en heb ondertussen ook een rood-gele sticker ontdekt.
Wandelend door de Prinsentuin hoor ik straaljagers over de stad razen. Een paar tellen later is het weer stil en hoor ik het kabbelen van de bootjes in de Noorder Stadsgracht. De route laat me door de stad slingeren, ik bekijken gebouwen en kom op plaatsen waar ik nog nooit eerder ben geweest. “U weet dat u een terp op loopt?”, informeert een oudere dame me die volgens mij nog niet zo heel erg lang uit bed is en haar lippenstift behoorlijk ruimschoots heeft aangebracht. “We zijn in Leeuwarden, een terp… een ‘ward’.” A ha, ik zie nu inderdaad wel dat ik omhoog ga en dank voor deze informatie.
De terrasjes op diverse plaatsen in de stad lopen langzaam vol, de zon begint steeds meer te schijnen en ik begin zowaar mijn hoed te missen als zonwering. Een man met een baard zit achter zijn bakje koffie te dommelen, twee meiden zitten een tafeltje verderop gezellig te kletsen.

Inmiddels heb ik de Bonifatiuskerk bereikt en denk met de neus in de boter te vallen omdat ik het orgel hoor spelen, maar zie een echtpaar aan de deur van de kerk voelen en tot de conclusie komen dat het gebouw gesloten is.
“Bonifatius is toch in Dokkum vermoord?”, vraagt de oudere mevrouw me.
– “Ik geloof het wel, maar is de kerk niet geopend?” Inmiddels heb ik al gezien dat de openingstijden slechts op woensdag en zaterdag zijn.
Dan wandel ik door en zie even later voor me de Blokhuispoort opdoemen. Deze voormalige gevangenis is tegenwoordig omgebouwd tot multifunctioneel gebouw met onder meer een bibliotheek, vele kantoren en cafeetjes, allemaal wel met een naam die herinneren aan vroeger, zoals café De Bak en eetlokaal Proefverlof. In de bibliotheek – waar ik even rondneus – ga ik even zitten in een ruimte met de naam de Werkplaats. Achter de tralies ga ik een momentje aan de slag met het bijwerken van mijn ervaringen.
Weer terug buiten voel ik enkele druppeltjes regen maar deze zijn amper van betekenis. Zo vlakbij het centrum besluit ik echter wel om de wandeltocht zo’n beetje te beëindigen en alleen nog een bezoek aan het Fries Museum te brengen. Wat hier te doen is, weet ik eigenlijk niet, maar met een museumkaart kom ik altijd binnen en kan ik bekijken wat ik wil. Mijn rugzak moet ik opbergen in een kluisje, even verderop maak ik nog even gebruik van het toilet.
Het Ferhaal fan Fryslân laat me nog even alle elfsteden zien op een overzichtsfoto of een schilderij, dat kan ik niet helemaal goed zien, het ziet er wel heel echt uit voor een schilderij.
Op de derde verdieping word ik wel geïnspireerd door het werk van Tina Farifteh, die een trip van 24 uur langs de Friese zeedijk nabij het plaatsje Sexbierum waar ze woont laat zien in 24 minuten. ‘Doe’t ik de sinne en de moanne tagelyk seach’, zo heet deze installatie waarbij zowel in het donker als in de ochtend als bij vol licht bewegende beelden zijn te zien rondom deze locatie, een zeker nieuwsgierige en inspirerend kunstwerk.
Even over één uur ben ik buiten, struin nog wat over de markt en besluit om terug te gaan naar het station, ik heb het hier vandaag wel gezien en ben dan ook mooi op tijd weer thuis.
“Waarom kijken die mensen allemaal zo zuur?”, zo vraagt een van de drie jongedames die ik op weg naar het station tegenkom zich af. Misschien bedoelen ze mij wel, met de ogen dichtgeknepen tegen de zon op kijkend, maar er verschijnt wel even een glimlach op mijn gezicht. Ze heeft gelijk, zuur kijken is niet leuk en al helemaal niet als je gezellig een dagje te shoppen gaat. Om 13:21 zit ik in de trein richting Groningen en nog geen half uur later sta ik in Buitenpost bij mijn fiets.
Om de terugweg ietwat te verfraaien fiets ik onder de brug van Blauforlaet door richting Gerkesklooster en Stroobos, door de Mieden weer naar Surhuisterveen. Meteen voel ik me thuis tussen de geuren van pas gemaaid gras, pakken hooi die binnen worden gehaald en mest dat wordt uitgereden. Een koe staat met twee voorpoten in de sloot te drinken, de staart heeft ze omhoog en tegelijk is ze aan het plassen. Dat is wel een hele snelle stofwisseling, zo bedenk ik me, maar weet natuurlijk dat dit niet zo is.
Om kwart voor drie ben ik weer thuis, laad mijn tas uit en fris me even op zodat ik straks weer fris en fruitig naar de verjaardagsvisite kan. Ondanks dat het in de trein niet bepaald druk was en hier ook weinig te beleven en te observeren, kijk ik terug op een geslaagd treindagje.